In de zuidoostelijke hoek van het park bevindt zich nog een restant van een rabattenbos. Rabatten zijn opgeworpen stroken grond, aan weerszijden afgezoomd met greppels voor de afvoer van overtollig water. Het is een techniek uit de bosbouw en bedoeld om natte grond geschikt te maken om te worden beplant met bomen en hakhout. Het huidige bosje stopt bij de Duitse grens, maar was oorspronkelijk waarschijnlijk uitgestrekter en liep verder door op Duits grondgebied. De familie Luyken bezat in het verleden ook landerijen over de grens. Vroeger werd hakhout gebruikt voor allerhande doeleinden zoals haardhout, om het fornuis op te stoken of bij de vervaardiging van houtenstelen voor gereedschap.

Omdat dit stukje bos zo oud is, is er sprake van grote biodiversiteit. Er staan vele soorten bomen; van elzen tot eiken en er is een grote verscheidenheid aan onderbegroeiing. In het vroege voorjaar kleurt dit terrein wit door de vele bloeiende sneeuwklokjes. Ook groeien er vele witte bosanemonen.