Tegen de negentig meter lange, nieuwgebouwde leifruitmuur in de moestuin van Huis Landfort komt naast een muurkas ook leifruit te staan. Leifruit kwam in de negentiende eeuw veel voor op buitenplaatsen en was in opkomst als tegenhanger van de hoogstamboomgaard. Waar in die tijd haast iedere boerderij een hoogstamboomgaard had, was leifruit vooral voorbestemd voor tuinen van kastelen en buitenplaatsen. Toch plaatsten ook sommige boeren zo’n leifruitboom tegen hun boerderij. Leifruit is in de twintigste eeuw veelal weer verdwenen door de komst van andere fruitrassen en de introductie laagstam fruitbomen.

Leifruit werd door deskundige tuinbazen in de meest wonderlijke vormen geleid en gesnoeid. Zo konden de boompjes dankzij intensieve snoei uitgroeien in een waaiervorm, een kandelaar of een lang snoer. Soms werden ze samen met een veelheid aan fruitbomen tot hek of heg gevormd. Perenbomen werden vaak tegen een boog geleid waardoor er een soort tunnel ontstond. Zoiets noemt men een berceau. Je kunt ze op verschillende oude buitenplaatsen in Nederland vinden en ook op Huis Landfort gaan we in de boomgaard zo’n berceau creëren.

In de selectie van aan te planten fruitbomen kiest de stichting voor halfhoogstam en laag blijvende hoogstambomen. Naast historische appel- en perenrassen zullen tegen de fruitmuur en in de hoogstamboomgaard moerbeien, mispels, kweeën, perziken, pruimen en kersen worden gezet. De soorten die daarvoor geselecteerd zijn, komen van oudsher veel voor op kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen of hebben op een andere manier een verbintenis daarmee. Zo worden ook in de boomgaard door middel van verhalen verbindingen gelegd met andere buitenplaatsen in Nederland.

Een leipeer aan de slangenmuur op Huis te Manpad, Heemstede.
Foto: René Dessing