Stichting Erfgoed Landfort ontving een tekst van mevrouw Tiiu Hering die mooie jeugdherinneringen aan Huis Landfort koestert. Hier leest u enige van haar herinneringen.

Mijn vroegste herinnering aan Landfort is dat ik samen met mijn moeder naar Landfort ging om de werkplek van mijn vader te bekijken. Hij werkte begin jaren vijftig namelijk voor de im- en exportfirma van Albert Luyken.

Het kantoor was gesitueerd in een grote kamer op de eerste verdieping [van het landhuis (red.)]. Er stonden twee bureaus voor het raam met een prachtig uitzicht op het grote grasveld voor het huis en de houten brug. Verder stonden in de kamer een geriefelijke zitbank en ik geloof twee stoelen en een salontafel. Aan de muur hingen klassieke afbeeldingen van botanische bloemen. Achter het kantoorgedeelte bevond zich volgens mij de slaapkamer van Albert, zijn toenmalige vrouw en hun oudste dochter. Deze kamer met balkon was gelegen boven de muziekkamer met pilaren.

De entree van Landfort was overweldigend. Er stond een hele grote klok, de hal hing helemaal vol met diverse jachttrofeeën (geweien) waarvan sommige van enorme omvang. Bij de voordeur was volgens mij een soort garderobe en er was een imposante trap naar boven. Van de grote statige voordeur hebben we dacht ik alleen de eerste keer gebruik gemaakt. Naderhand, toen wij geregeld naar Landfort gingen omdat mijn ouders bevriend waren geraakt met de familie, werd steeds de achteringang gebruikt. Via een soort aangebouwde laarzenhok waar je met een trapje omhoog moest, kwam je via een deur in de gang. Direct rechts bevond zich, na het toilet, de bibliotheek waar dr. Luyken de meeste tijd te vinden was. Als wij stil waren mochten de oudste dochter van Albert en ik daar af en toe spelen. De kamer werd geriefelijk (bij)verwarmd door de open haard, waarvoor hond Tommie de kortharige Duitse staander vaak te vinden was.

Ik herinner mij dat mevrouw Luyken haar man regelmatig verraste met een boeketje van op dat moment in bloei zijnde bloemen: heerlijk geurende lelietjes van dalen en lathyrus bij voorbeeld. Zij gaf hem daarbij vaak een schaaltje met gepelde hazelnoten waarvan wij er dan ook enkele kregen. Verder is mij de eetkamer met houten lambrisering op de benedenverdieping bijgebleven. Tegen de muur stond een dressoir met daarboven een schilderij met een stilleven jachttafereel (een gedode fazant waarvan de kop van de tafelrand afhing en een fruitschaal). Daarnaast lagen de zitkamer(s) en de muziekkamer met vleugel en de viool van Albert. Aan de overzijde van de gang lag tegenover de bibliotheek de grote gezellige keuken waar we weleens een kleine lunch kregen.

De andere vleugel, die nog veel oorlogsschade had, heb ik nooit in herstelde staat gezien. Wel weet ik nog dat, toen ik wat ouder (circa 12/13 jaar) was, de appelsorteermachine daar opgesteld stond. Ik mocht daar toen gedurende een weekend meehelpen met appels sorteren (op verschillende grootte in kisten doen) en herinner me nog de heerlijke frisse appelgeur. Ik kreeg toen ook mijn eerste ‘loon’, een bruin zakje met wat geld voor mijn inspanningen. Vanuit de keuken ging een tweede trap naar boven en kwam men via de mangelkamer in de lange gang waar een kogelvislamp hing.

Naast het toilet was de slaapkamer van de oude mevrouw en meneer Luyken en wat verderop in de gang sliep hun dochter. In de badkamer die centraal boven de ingang lag, hebben de oudste dochter van Albert en ik heel wat uurtjes zoet gebracht met het doen van spelletjes. De badkamer was een van de weinige verwarmde kamers in de winter. Er waren natuurlijk nog meer kamers boven, maar die waren niet echt in gebruik, behalve een kamer (naaikamer?) waar in enig jaar de kat die jongen had gekregen haar domein had. Dat was voor ons kinderen natuurlijk prachtig!

Mijn ouders zijn altijd bevriend gebleven met de familie. Albert en zijn familie verhuisde naar Arnhem en inmiddels hadden zij en ook mijn ouders een tweede dochter gekregen. Mijn interesses gingen gedurende mijn tienerjaren een andere kant op en ik ging niet meer zo vaak mee naar Landfort. Nadat het huis verkocht is aan ik geloof het Gelders Landschap ben ik er nog een keer geweest. Het was toen helemaal in verval geraakt en alle mooie elementen zoals de houten lambrisering in de eetkamer waren van de muur gerukt. Het bood een troosteloze aanblik. Het doet mij goed dat er nu weer zoveel bedrijvigheid is en dat Landfort weer in ere hersteld wordt.

De bij Landfort opgedane indrukken en herinneringen zal ik altijd blijven koesteren.